Christen zijn

En het zal zijn…één kudde!

Er zijn plekken in kerkelijk Nederland waar volgelingen worden aangesproken op een manier die de indruk wekt dat alle luisteraars naar de hemel gaan. Dat is een gevaarlijke, niet Bijbelse, veronderstelling die voor zowel de hoorders als de spreker grote consequenties kan hebben voor hun zielenheil. Er zijn ook plekken in kerkelijk Nederland waar door ambtsdragers vanuit een soort van voorzichtigheidsprincipe elke vorm die lijkt op beginnend geloof in Jezus Christus met een ernstig gezicht naar het rijk der fabeltjes wordt verwezen en eerst maar eens ‘moet overwinteren’. Beide zaken juicht de satan gniffelend toe. 

De afgelopen weken las ik diverse interviews en artikelen waarbij predikanten uit verschillende kerkverbanden aangeven zich grote zorgen te maken over wat er bij andere gelovigen gebeurt. Tegen onze verkopers zeg ik altijd dat ze nooit negatief moeten spreken over concurrenten, maar de eigen boodschap krachtig en positief moeten brengen. Ja, ja, ik weet het….de kerk is geen bedrijf. In dit geval echter lijkt het mij bijbels om te zeggen dat als kerkleiders op andere genootschappen gaan mopperen, dat niet is wat Jezus voor ogen had toen Hij vlak voor Zijn sterven tot Zijn Vader bad; “opdat ze allen één zijn”.

“Opdat ze allen één zijn”

Het  is, in mijn ogen, inmiddels ook een echt probleem geworden, dat omgaan met elkaar. Terwijl christenen elkaar juist nu zo verschrikkelijk hard nodig hebben. De tijd vliegt ‘daarheen’ en die tijd is ons door God gegeven om ons te bekeren. Daar roept Hij ons toe op in Zijn Woord. Daarom heeft Hij ambtsdragers uitgezonden om ons te bewegen tot het geloof. Daarom hebben ambtdragers maar één doel voor ogen. Dat is om zoveel mogelijk zondaren te bewegen om zich in de armen te werpen van een genadige Christus. Nu is het nog de wel aangename tijd.  Wie weet hoe lang die nog duurt…

Misschien bent u het helemaal niet met mij eens, maar ik heb sterk de indruk dat meer en meer kerkgangers zich ongemakkelijk voelen over dit gemopper op elkaar. Dat gemopper gaat ook al lang niet meer over ‘anderen’ ergens ver weg, maar het gaat vaak over onze eigen kinderen, familieleden en buren die (inmiddels) naar een andere kerk gaan. In de doordeweekse contacten blijken vele van die ‘anderen’ oprecht gelovig te zijn. Maar omdat het erg lastig is om uit die negatieve bubble van de eigen ‘groep’ te komen, hobbelen we maar mee in het negatieve gedachtengoed. We sputteren er wat over aan de keukentafel of appen een vriendin en proberen daarna dat vervelende gevoel weer snel te vergeten. Want wat moet je er mee?.

Toch vraag ik mij af waarom wij dit laten gebeuren. Waarom benadrukken wij meer de verschillen dan de overeenkomsten? We beseffen toch wel dat straks, in de hemel, mensen uit verschillende kerken samen God staan groot te maken? Waarom moeten we het elkaar nu dan zo moeilijk maken? Of geloven we echt dat alleen uit ons eigen kerkverband mensen in de hemel komen?

En nee, nee, ga mij nu toch alsjeblieft niet vertellen dat hard oordelen over elkaar in kranten, bladen of op websites, of vol medelijden kijken, maar ondertussen met zachte woorden een vernietigende opmerking maken, de manier is waarop God Zijn gemeente bouwt! In Efeziërs 4 worden wij opgeroepen om ons in te spannen om de eenheid des Geestes te behouden en in vrede met elkaar als christenen te leven.

“Is oordelen over elkaar de manier waarop God Zijn gemeente bouwt?”

Ik ben het er absoluut mee eens dat we heel erg op moeten passen om bekering als een soort automatisme en als een daad van de mens te beschouwen. Aan de andere kant is het toch ook zo dat het de Goddelijke opdracht is van Jezus aan zijn discipelen om vorm gegeven aan het preken van  bekering en vergeving van zonden. Als dat niet meer de kern van de preek is dan veranderd het prachtige Goud van de schriftlezing aan het begin van een dienst tijdens de preek in goedkoper dan goedkoop klatergoud.

Ja, er zijn onderlinge verschillen, dat is waar. En ja,  het is ook best lastig uit te leggen als aanhanger van ‘jouw’ kerkverband dat die overleden predikant uit de Gereformeerde Gemeente in Nederland nu waarschijnlijk naast moeder Teresa staat te juichen voor Gods troon. Want waar blijf je dan met je verdediging dat die ‘ander’ fout bezig is. Maar toch is dit wat de bijbel ons leert. Mensen uit alle tongen, talen en natiën zullen Hem loven en prijzen, tot in eeuwigheid.

De wereld stort voor iedereen zichtbaar in elkaar. Moeten wij nu echt als christenen in het laatste der dagen elkaar publiekelijk ‘afbranden’? Ik bedoel daarbij niemand specifiek, want hieraan staan velen schuldig. Links en rechts, zwaar en licht. Lijdelijk afwachtend of actief. Ach waarom kunnen we toch niet proberen te accepteren dat verschillen over bijzaken er altijd al waren en altijd zullen blijven. De bijbel leert ons dat het volk dat door God geroepen wordt het steeds moeilijker zal krijgen. En daarom is mijn vraag…, kunnen we niet beter stoppen met mopperen op elkaar maar ieder voor zich vluchten naar de Enige die ons zalig kan maken. Zegt Hij het niet zelf: “ Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. “ (Johannes 14:6).

Wat zou het geweldig zijn als wij als christenen van (soms heel) verschillende kerkgenootschappen toch mogen leven in de wetenschap dat onderlinge verschillen ooit weg gaan vallen. Dan streven wij ernaar om te leven op deze gebroken aarde zoals de Heere dat in Colossenzen 3 van ons vraagt;

“Weest dankbaar”

Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid; verdragende elkander, en vergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo. En boven dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid. En de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in een lichaam; en weest dankbaar. Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.